Kanazawa Kenroku-en Garden

In Japan zijn veel mooie tuinen en parken. Op het moment dat duidelijk werd dat we langer in Japan zouden blijven, was het tijd om weer een soort verlanglijstje te maken. Een jaar geleden had ik het boekje Japanse Gardens van Tanaka Shozo aangeschaft, en daar staan een aantal tuinen (parken) in die ik graag zou willen bezoeken. Eentje ligt in Kanazawa en wordt een van de drie mooiste Samurai tuinen in Japan genoemd. Voor de eerste trip in 2020 wilden we ook niet super lang reizen, en Kanazawa voldeed aan die wens. In het boek staat Kenroku-en Garden, en het leek mij fantastisch om deze plek te bekijken met sneeuw. Tja, een sneeuwgarantie is er niet, maar door in de winter te gaan, hadden we de beste kans. Februari is niet meer hartje winter, maar we hadden geluk, ik geloof dat Joop er iets anders over dacht! Vanuit Tokio is Kanazawa prima te bereiken met de trein. Heel bewust hebben we gekozen voor een hotel in de buurt van het station, dan konden we de bagage snel afgeven en op pad gaan. Alle dagen met de benenwagen.

De dag dat het park op ons programma stond, had het gesneeuwd. Dat kon niet beter. Te voet zijn we richting het park gelopen, vanuit het station is dat ongeveer een half uur lopen. Onderweg sneeuwde het ook nog. Aangekomen bij de tuin, scheen de zon. Zonder vooropgezet plan, zijn we rustig door de tuin gaan wandelen. Het was de tijd dat het corona-virus al in China aanwezig was en veel toeristen nog welkom waren in Japan, dus wij kozen de rustige paden, en hebben zo toch het meeste gezien. Want ja, er waren nog steeds behoorlijk wat Chinezen in Japan waarvan niet altijd duidelijk is of ze er wonen of toerist zijn, bewust toch al wat afstand houden. De aanblik van de grote vijver, maakte veel indruk. Deze vijver heeft ook een naam, namelijk Kasumi-ga-ike. In deze Samurai tuin staat altijd iets in bloei. Daar het niet zo druk was in februari, konden we redelijk rustig lopen en genieten, alleen de plekken die expliciet benoemd staan in diverse reisgidsen, waren wat drukker.

Kanazawa biedt meer mooie stukjes. Omdat we ook dingen meer laten gebeuren, zijn we in de trein gaan kijken waar we de dag van aankomst naar toe zouden wandelen. Dat is het kasteel geworden. Deze naam is niet geheel correct, beter is het de plaats waar het kasteel heeft gestaan, en in sommige beschrijvingen ook het kasteel park genoemd. Er zijn gerestaureerde toegangspoorten, muren, en nog een paar gebouwen overgebleven. Het kasteel park hebben we in de regen en in de sneeuw gezien. Tijdens deze trip was het poppenmuseum een van de leuke verrassingen. De gids vertelde ontzettend enthousiast over de verschillen tussen de poppen qua dracht. Een museum dat indruk heeft gemaakt met zijn architectuur was het DT Suzuki Museum. Je kunt daar echt tot rust komen.

Snow Monkey Park

Het bezoek aan dit park stond op het verlanglijstje van mijn gast, die hier in februari was. Dus uitzoeken hoe we daar konden komen. Met google maps kom je een heel eind. Met de Shinkansen naar Nagano, daar moesten we een lokale trein naar Yudanaka nemen. Na wat rondgevraagd te hebben op het station van Nagano, vonden we eindelijk de plaats waar we het treinkaartje konden kopen. De automaat was in het Japans, maar een zeer behulpzame medewerker deed een deurtje tussen de automaten open en tikte het juiste aantal en de bestemming in. Het afrekenen bleef over. En nee, het perron was nog niet toegankelijk. Dan weer teruglopen naar de centrale hal, wat roltrappen op, lopen en weer roltrap, was er een plaats waar we thee konden drinken. We hadden ruim een uur te overbruggen. De weg terug ging beduidend sneller, en dezelfde medewerker liet ons het perron betreden. Het was nog behoorlijk druk in de trein. In Yudanaka maar eerst de rolkoffertjes naar ons traditionele hotel, Ryokan, gebracht. Gelukkig wezen behulpzame bewoners ons de weg, anders waren we de verkeerde kant opgelopen. Het was te vroeg om in te checken, maar dat maakte niet uit. Via een steile wandeling weer richting station om iets te eten. Op het plein was nog een restaurant open, de rest van het dorp zag er gesloten uit. Het kopen van een buskaartje bleek eenvoudig, helder krijgen wanneer de laatste bus terug ging, kostte iets meer moeite. De bus naar het park, stopte geheel niet in de buurt van het park, het bleek nog 2 kilometer bergopwaarts te zijn. Blij met het geschikte schoeisel, liepen we onder een stralende zon naar boven. Daar was het pad behoorlijk modderig door de gesmolten sneeuw.

Het park blijkt een afgezet deel van een natuurgebied te zijn voor de mensen, de apen hebben de rest van de natuur ter beschikking. In de winter komen ze naar het warme water (onsen) om te spelen, en om voedsel te krijgen. De apen trekken zich niets van de mensen aan. Het is ook ten strengste verboden om etenswaren mee naar binnen te nemen en de apen aan te raken. Er staat genoeg personeel om iedereen in de gaten te houden. Die middag waren veel apen lekker aan het spelen.

De volgende ochtend zijn we terug gegaan om te kijken naar het voederen. Deze keer bracht iemand van het hotel ons wat meer bergopwaarts, zodat een deel van de wandeling ons bespaard bleef. De zon liet zich nauwelijks zien. Het voedsel, granen, waren rondo het warme bad gelegd, en daar zaten de apen rustig te eten. Regelmatig staarden ze naar de bezoekers. Nu werd er beduidend minder gespeeld, wel waren er ontzettend veel apen aanwezig en gelukkig nog niet zoveel mensen. Het werd drukker toen wij terugliepen. We probeerden nu al de mensen op gepaste afstand te passeren.

Ryokan Tawaraya

Een paar jaar geleden had ik al geroepen dat ik nooit meer traditioneel ging slapen. Toch heb ik dit weer gedaan. Om een bezoek te brengen aan het “Snow Monkey Park” moet er een hotel in de buurt worden gevonden. Veel hotels zijn er niet in Yudanaka, dus toch gekozen voor een traditioneel ryokan. Wat houdt dit in? Als je binnenkomt, dan gaan de schoenen uit, en die gaan in een schoenenkast, elke kamer heeft zijn eigen plank in de kast. De slippers die klaar leken te staan, waren voor buiten?! Op onze sokken naar de lounge en daar kregen we een doekje en kombutcha thee. Na de formaliteiten werden we naar de kamer begeleid, onze bagage was er al neergezet. Ze hadden de bedden al klaargelegd. De futon lag niet op de tatami-mat, maar op een dun matras, duidelijk om het de buitenlandse toeristen wat comfortabeler te maken. In de kamer is ook een tafel met 4 stoelen aanwezig. De tafel en stoelen zijn heel erg laag, de stoel is gewoon een zitting met leuning op de grond. Onze buttons bleven gewoon liggen, normaal gesproken worden ze overdag op geborgen in een kast. In de kamer hadden de kasten schuifdeuren.

In de kast hingen kimono’s, en een soort overjas kimono, erg handig om naar de buiten onsen te gaan, en naar de binnen onsen. Dat laatste is meer een grote badkamer, met een rechthoekige bak met het zeer warme water. Vooraf moet je je douchen, zittend op een plastic krukje. De handdoek die op de kamer ligt, moet je meebrengen. Verder lag er ook een doek om je te wassen.

Waar we erg vrolijk van werden, was het toilet met de rode slippers. Heel apart dat alleen voor het toilet de slippers klaarstonden. De verwarming was een klein apparaat dat ’s nachts uitgaat. De eerste ochtend was het ontzettend koud, maar de tweede nacht wist ik hoe de verwarming aan te zetten.

Het ontbijt was uit de kunst, zowel de smaak als het zicht, een plaatje. Ze hadden rekening gehouden van het glutenvrij bereiden. De tweede ochtend was het nog smaakvoller, de avond ervoor had ik mijn glutenvrije sojasaus gegeven, konden ze alles gewoon bereiden. Op de ochtend van vertrek werden we met de auto naar het treinstation gebracht, gelukkig hoefden we geen hellingbaan te lopen met een rolkoffertje.